Monday, 22 March 2010

A justly famous poem by the Dutch poet H. Gorter


De dag gaat open als een gouden roos

De dag gaat open als een gouden roos;
ik sta aan 't raam en zend mijn adem uit,
het veld is stil, en nauwlijks één geluid
breekt naar het koepelblauw bij tussenpoos.

En in mijn kamer, als een donkre doos,
waarvoor de parels hangen aan de ruit,
ga 'k heen en weer, tot waar mijn wandling stuit
en ik bij donkren wand stil peinzend poos.

Ik heb 't gevonden, het mensengeluk,
als moest ik worden vier en dertig jaar
eer ik het vond, en ging veel trachten stuk
in spannend worstlen en ijdel gebaar.
Maar zo zeker als daarbuiten de zon de
wereld befloerst, heb ik 't geluk gevonden.


The day’s unfolding like a golden rose

The day’s unfolding like a golden rose;
I send my breath out at the window-sill,
there’s scarcely any sound – the fields lie still –
that rises to the blue sky’s vaulted dome.

And in my boxlike room, completely black,
in front of which the pearls hang on the pane,
I pace the floor until I’m stopped again
and quietly muse when dark walls halt my track.

I’ve found it, human happiness, despite
it taking four and thirty years for me
to do so, and much searching failed outright
through tussles, gestures made quite needlessly.
As sure though as the world outside is dressed
in veils of sunlight, I’ve found happiness.

No comments: