Sunday, 12 April 2015

A Bloem poem I have been trying to translate for over eight years. Still trying!

insomnia

Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.

Hoe onmachtig klinkt het schriel 'te wapen',
Waar de levenswil ten strijd mee noodt,
Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept met de knapen.

Evenals een vrouw, die eens zich gaf,
Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
Want het kind is groeiende in haar schoot,

Is elk wezen zwanger van de dood,
En het voorbestemde doel van ’t paren
Is niet minder dan de wieg het graf.


insomnia

Thinking about death stops me from sleeping,
And not sleeping death’s my every thought,
And life’s flowing, then as now, is short,
And each being its non-being’s seeking.

How weak the cry ‘to arms’ – and how fleeting –
With which the will to live summons all,
Next to death’s shrill, strident clarion call
To young and old for that final meeting.

Just as nothing a woman can save
From birth once she has condoned creating,
Since the child in her womb gathers breath,

Each being is pregnant with its death,
And the predestined purpose of mating
Is no less the cradle than the grave.

1 comment:

John Irons said...

here are so many parameters when translating. one i am still unsure about is whether to adhere to JCB's 10-9-9-10-10-9-9-10-9-10-9-9-10-9 or not. for the time being i have. this may well not be the final version.