Tuesday, 14 April 2026

M. Vasalis: 'De winter en mijn lief zijn heen'





De winter en mijn lief zijn heen

 

De winter en mijn lief zijn heen.

Er zit een merel op het dak,

zijn keel beweegt, zijn snavel beeft

alsof hij in zichzelve sprak.

 

Hij luistert: uit een verre boom

klinkt als het ketsen van twee stenen

een vonkenregen van verlangen

zo luid, zo helder en zo bang.

 

De merel stort zich met een kreet

vol wildheid in de voorjaarsvlagen.

Ik kan het bijna niet verdragen:

mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.

 

 

The winter and my love are gone

 

The winter and my love are gone.

Up on the roof a blackbird sits,

its throat astir, its beak aquake

as if within itself it spoke.

 

It listens: from a distant tree

there comes a sound like two stones clacking

a spark-filled rain of outpoured longing,

so loud, so clear-cut and so scared.

 

The blackbird with a primal screech

itself into the spring gusts flings.

And this my heart so sorely wrings:

my springtime and my love are gone.



No comments: