Sunday, 27 September 2026

P.C. Boutens: 'Regenboog'


 

Regenboog

 

Aan J. Th. Toorop

na het zien van zijn krijtteekening van dien naam

 

Gij die de kleurge pracht van ’t Oosten kwaamt

Vieren in onze bleeker Noorder zon,

Tot blij-verdwaasd onze oogen in hun dag

Hervonden van uw oogen sprank aan sprank;

Gij die vervolgdet met gewette stift

De strakke gratie van ’t verstild symbool,

De stoere kracht van ’t zwoegende gebaar;

Die de aardsche ster van ’t kinderlijk gelaat,

Wier stralen onze ontroering bevend zag,

Vingt in de vaste streek der zuivre lijn, -

Gij kwaamt, gelukkig pelgrim, naar mijn land,

Mijn blond-omduind Zeeuwsch eiland, als het ligt

Voor mij voorgoed in den mystieken glans

Van al de zonnen die dit leven brengt,

Jeugd en geluk en smart, en weêr geluk?...

Dit is het eigen land van mijnen droom;

Want al de kimmen stralen in den schijn

Van zomeravond, en de voorgrond ligt

In grille schaduw van geweken bui

Waardoor Gods helle boog naar de aarde reikt:

Een jong man wet zijn blikkerende zeis,

En roerloos naast hem staat in ’t avondlicht

Een landkind rooddoorgloed als van den droom

Waarin zij leeft en dien zij niet doorgrondt.

 

 

Rainbow

 

To J. Th. Toorop

after having seen the crayon drawing of the same name

 

You who the coloured splendour of the East

Exalted in our paler Northern sun,

Until our joy-infatuated eyes

Gleam after gleam once more gained from your eyes;

You who pursued with keenly whetted point

The silent symbol’s tautly vaulting grace,

The blatant power of gesture hard at work;

That caught the earthly star of childlike face,

Whose rays our quivering emotion saw,

In the sure stroke of pure artistic line, –

You came, oh happy pilgrim, to my land,

My blond-duned Zealand island, as it lies

Forever for me in the mystic gleam

Of all the many suns that this life brings,

Youth and both joy and pain, and once more joy?...

This is the inner country of my dream;

For all horizons shimmer in the gleam

Of summer evening, and the foreground lies

In fleeting shadow of a shower just past

Through which God’s radiant arc bends to the earth:

A young man whets his brightly flashing scythe,

And next him stock-still in the evening light:

A country maid aglow with red as by the dream

In which she lives and cannot comprehend.



 

 

No comments: