TUIN DORDRECHTS MUSEUM
Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo’n late voorjaarsdag.
En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.
Maar aan de andre kant zal ik
- Je weet maar nooit -
veel langer leven dan die vogel.
En als ik toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo’n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.
Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken,
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.
GARDEN DORDRECHT MUSEUM
When I have passed away
in this museum’s garden
above the rustling babel of the leaves
a blackbird will just as clearly sing
on just such a late-spring day
And I, I will no longer be here
to have this singing make me forget
that at some point I’ll have to die.
But, on the other hand,
– You never know for sure –
I ‘ll live much longer than that bird.
And finally, when I am six foot down,
my son will later get to hear
a blackbird sounding just like this
on just such a late-spring day.
And he will know just who I was
and ah, a blackbird knows nothing.
But on the other hand once more:
if blackbirds could think of their fathers,
they might start cawing like a raven.
Translated in collaboration with Albert Hagenaars
Poetic Synapses 60

No comments:
Post a Comment