DE ZIN VAN HET RIJM
Geheimen heb ik vaak, en klaar, gesproken
En leg nu in dit klaarste ’t grootst geheim:
In paring en omarming van het rijm
Liggen verlangen en geluk verdoken.
En wordt de binding schijnbaar opgebroken,
Ge weet toch dat ik van verlangen zwijm:
Eer ge kunt spreken wordt de korte vlijm
Van de angst door nieuwe omcirkeling gewroken.
Een beetre vorm vonden de minnaars niet,
De dichters die de pols van ’t leven vonden
In ’t zoete klinken van hun rijmend lied.
Hun woorden waren 't kloppen van hun wonden
En zelfs het oopnen van een nieuw verschiet
Werd door hun kunst aan de oude kim verbonden.
THE MEANING OF RHYME
Often, and clearly, secrets I have uttered
And in what’s clearest I the greatest lay:
In rhymes’ embrace and coupling interplay
A longing and a bliss both lie tight-shuttered.
And if the tie apparently gets broken,
You know for sure that I from longing swoon:
Ere you can speak, the avenging razor wound
Of fear by fresh encirclement is woken.
A better form was ne’er by lovers found,
The poets who the pulse of life discovered
Within their rhyming song’s so pleasing sound.
Their wounds’ own pulsing did these words impart,
Even a new horizon was uncovered
and melded with the old one by their art.
Translated in collaboration with Albert Hagenaars
Poetic Synapses 57









