Monday, 2 March 2026

Louis Ferron: 'Wat nog splijten kon in jaren van weemoed' (PS 51)

 


 

Wat nog splijten kon in jaren van weemoed,

nog kon roesten van onlesbare dorst,

vervalt en het roepen onder de aarde

doet geen pijn meer en de lampen,

de waakzame, van de ruisende vrouwen

gaan in duister gekleed.

 

Kijk, een haas slaat zijn haken,

buitelt en

proeft tussen zijn tanden het lood.

 

 

 

What could still split in years of melancholy,

still rust from unquenchable thirst,

decays and the underground calling

no longer causes pain and the lamps,

the vigilant ones, of the rustling women

are clad in darkness.

 

Look, a hare zigzags away

tumbles and

tastes the lead between its teeth.

 

 

Translated in collaboration with Albert Hagenaars

Poetic Synapses 51