Melancholie der bomen in september,
Die weldra niet meer samen groen zult zijn,
Doch draagt uw eigen kleur van diepe wijn,
Van donker bier, van roggebrood, van gember...
Hoe anders was de jeugd, waarin ik droomde
Samen met vrienden, sterk want eensgezind
't Leven te maken tot een vreugdbewind.
Hoe anders is vandaag het ingetoomde
Bestaan van ieder onzer, door zijn plichten
En zijn verlangens een eenzelvig man,
Die zoekt te maken wat hij maken kan
Van zijn gezin, zijn taak en zijn gedichten!
Het wintert over ons in deze dagen
En elk staat eenzaam; de gebondenheid
Ontbond zichzelf, en makkers, waar gij zijt,
Ik durf uw vriendschap nauwlijks meer te vragen!
Ieder zwierf uit op doortocht naar het eigen
Intiem domein en vond de ander niet.
Hij schiep zijn eigen toon en zong zijn lied,
Of hij verloor zich in zijn eigen zwijgen.
Zullen wij eenmaal nog tezamenkomen,
Hier of hiernamaals, in gemeenzaam spel?
Wij waren destijds vroom en wisten wel
Dat ons iets beters wachtte dan te dromen.
Maar geen verzadiging bracht een der onzen
't Geluk van't vroegere verlangen weer,
Wij willen telkens nog de eerste keer
Herleven van 't gezaamlijk hartebonzen.
Ik zie de bomen in september doven
Hun groen tot goud, hun goud tot blekend geel.
En het blijft mijn droefheid, dat ik nooit geheel
In enig mens als eenling kan geloven.
The melancholy of trees in September,
The same green soon you no more will define,
You’ll wear your various shades of deep-red wine,
Of dark beer, rye bread, ginger’s dullish amber…
How different was youth – to dreams addicted,
I felt with my like-minded friends so strong
And planned life as a joyous reign ere long.
How different the present day’s constricted
Existence each one has, by duties’ curse
And many longings each a timid man
Who seeks to make of things just what he can
Of family, set tasks and writing verse!
Over us winter looms as days grow shorter
Each man’s alone; the former bond so dear
Has come undone, and, old pals far and near,
I scarcely dare beg friendship from your quarter!
Each man roamed far in search of just his own
Domain, a place where he no others found.
He sang his song, created his own sound,
Or lost himself in silence all alone.
And shall we come together just once more,
In this life or the next, meet up and share?
We were devout back then and well aware
That better things than dreaming lay in store.
No satisfaction though meant we re-won
The joy our former longing brought alive,
We wish, time and again, we could revive
Togetherness in hearts that beat as one.
I see September’s slowly fading leaves,
Their green turns gold, their gold a pallid yellow
My sadness stems from being a lone fellow
Who in no fellow-man can quite believe.











