Saturday, 14 March 2026

Halbo C. Kool (1907-1968): 'Le Poète Pur Parle'

 


 

LE POÈTE PUR PARLE

 

Ik ben een smerig rijmelaar

met roos en vet in ’t sluike haar,

die, ongewasschen, ongeborsteld,

al zweetend met zijn rijmen worstelt

om, is per slot een vers gelukt,

na 'n haastig middagmaal verrukt,

op alle muzen te gaan klinken

en me een goeden roes te drinken,

want zonder muze, zonder rijm

ben ik een slordig sliertje slijm,

dat om zijn kleinheid te vergeten

zijn heil zoekt in onmatig eten,

in drank en spel en vrijerij,

een kermisklant, zoo vogelvri)....

 

 

 

LE POÈTE PUR PARLE

 

A grubby rhymster I from birth,

my limp hair clogged with grease and scurf

who quite unwashed and never combed,

grapples sweat-drenched to rhyme his poem,

and, if a line at last sounds good,

I mad with glee gulp down my food

then drink a toast to every muse

and get quite plastered while I booze,

for if deprived of muse and rhyme

I’m just a sticky string of slime

that, to forget my hopeless bleating,

salvation seek in overeating,

in gambling, drink as well as whores,

a carny, quite beyond all laws.

 

 

Translated in collaboration with Albert Hagenaars

Poetic Synapses 52

 

No comments: