Wednesday, 20 May 2026

Albert Verwey: 'De zin van het rijm' (PS 57)

 


DE ZIN VAN HET RIJM

 

Geheimen heb ik vaak, en klaar, gesproken

En leg nu in dit klaarste ’t grootst geheim:

In paring en omarming van het rijm

Liggen verlangen en geluk verdoken.

 

En wordt de binding schijnbaar opgebroken,

Ge weet toch dat ik van verlangen zwijm:

Eer ge kunt spreken wordt de korte vlijm

Van de angst door nieuwe omcirkeling gewroken.

 

Een beetre vorm vonden de minnaars niet,

De dichters die de pols van ’t leven vonden

In ’t zoete klinken van hun rijmend lied.

 

Hun woorden waren 't kloppen van hun wonden

En zelfs het oopnen van een nieuw verschiet

Werd door hun kunst aan de oude kim verbonden.

 

 

THE MEANING OF RHYME

 

Often, and clearly, secrets I have uttered

And in what’s clearest I the greatest lay:

In rhymes’ embrace and coupling interplay

A longing and a bliss both lie tight-shuttered.

 

And if the tie apparently gets broken,

You know for sure that I from longing swoon:

Ere you can speak, the avenging razor wound

Of fear by fresh encirclement is woken.

 

A better form was ne’er by lovers found,

The poets who the pulse of life discovered

Within their rhyming song’s so pleasing sound.

 

Their wounds’ own pulsing did these words impart,

Even a new horizon was uncovered

and melded with the old one by their art.

 

 

Translated in collaboration with Albert Hagenaars

Poetic Synapses 57

 

No comments: