Ars poëtica
Ik wist wel zeker
dat er poëzie uit mijn pen
aan het vloeien was maar kon helaas
mijn eigen gedicht niet lezen.
Er verschenen slechts
aan elkaar gehaakte zwarte
lijnstukjes, krullen, hier en daar
losstaande puntjes—alles bij elkaar
een choreografie van woorden
zonder betekenis, grammatica
zonder zin. Je bent dan ook
aan het dromen met je
rechterhersenhelft,
verklaarde mijn engelbewaarder
die even over mijn schouders mee
kwam lezen. De stem van de wijze engel
klonk gelijk een stuk zenuwachtiger,
vooruit, jongen, snel, snel, is het gedicht
nu eindelijk bijna klaar? Hij had opeens
de Dood voor ogen, meer bepaald, de
dood van ach, mijn liefje.
En het was geen mooie dood.
Een priester in paars gewaad
leidde de processie door de korenvelden.
Eerst kwam de kar, getrokken door
een eenzaam paard met blinkende helm
en drie wapperende zwarte veren.
Het paard trok de lege kar en aan de kar
was een ruw touw geknoopt,
en daaraan hing het verkoolde lijk.
Het kromp in elkaar van de pijn,
van hoe het over de harde grond
werd meegesleurd.
Mijn engelbewaarder schreeuwde
iets naar de onverbiddelijke priester,
en mijn dode liefje leek welhaast
van schaamte te zullen sterven.
Alleen ik bleef kalm,
mijn gedicht kon uitkomst bieden
want alle moleculen
riep het weerom
uit hun verstrooiing. Alle.
Plagiaat! riep de priester.
En het lijk bleef verkoold,
haar huid kreeg geen kleur,
en ik moest maar weer
op een blank blad beginnen.
Ars poetica
I was pretty sure
that poetry was flowing
from my pen but was alas unable
to read my own poem.
All that appeared was
black line fragments hooked on
to each other, whorls, here and there
detached dots – taken together
a choreography of words
without meaning, grammar
without sense. But then you
are off dreaming with the right side
of your brain,
explained my guardian angel
who’d just arrived to read along
over my shoulder. The voice of the wise angel
sounded at once a bit more nervous,
keep going, lad, quick, quick, is the poem
almost complete at last? He suddenly had
Death in front of him, more precisely, the
death of, oh no, my own love.
It was no pretty death.
A priest in purple robes
led the procession through the fields of corn.
First came the cart, drawn by
a solitary horse with gleaming helmet
and three fluttering black plumes.
The horse pulled the empty cart and to the cart
a rough rope had been knotted,
on which the charred corpse hung.
It writhed with pain
at being dragged along
over the hard ground.
My guardian angel shouted
something at the unrelenting priest,
and my dead love almost seemed
about to die of shame.
Only I remained calm,
my poem could offer an outcome
for it called back
all the molecules
from their dispersion. All of them.
Plagiarism! shouted the priest.
And the corpse stayed charred,
its skin was still colourless,
and I had to start
all over again on a
blank page.

No comments:
Post a Comment