MARLENE DIETRICH
Zij is dit jaar een nieuw, hoog sterrebeeld,
haar oogen zijn vergif en goud voor ons,
lokkend en vast staan haar flonkerende dijen,
haar lichaam fonkelt in den middernacht;
zij is een kind met een gekrenkt vertrouwen
wanneer spotlachend zij door ’t zenith gaat;
maar in den na-nacht dooft haar daemonie,
een engel schildert in haar harde trekken
nabij de kim het teeken der verloren vrouwen.
MARLENE DIETRICH
This year she is a new, high constellation,
her eyes are venomous and gold to us,
her shimmering thighs are luring and firm,
her body sparkles in the midst of night;
she is a child with trust that’s been betrayed
when passing with derision through its zenith;
but late at night her demon nature dwindles,
an angel paints in her hard features near
the skyline’s rim the sign of women who are fallen.
Meanwhile my straying hand had worked it out –
A bed of roses was my fate in store.
Translated in collaboration with Albert Hagenaars
Poetic Synapses 57

No comments:
Post a Comment