Saturday, 14 February 2026

P.C. Boutens: 'Hoe is mijn lief van puren goude' (Liederen van Isoude)

 


HOE is mijn lief van puren goude,

Hoe zilvren ben ik hem!:

Wanneer hij zingt ‘Isoude’,

Teêr-blank beslaat zijn stem.

Ik ken geen manelichter lied

Dan dat zijn straal naar mij verschiet!

 

Die met hem in den dag verkeeren,

Prijzen wel schoon

Mijn vogels gouden veêren,

Maar niemand weet zijn hartetoon.

In schemerkleurlooze avondzaal

Zingt mij alleen mijn nachtegaal...

 

Hoe kan hij schat van zangen

Bewaren tot het avond is

Zoo trouw als ik mijn arm verlangen,

Die rijkste droefenis?

Ontzegelt dan mijn kus alleen

Die helle wel van vreugdgeween?

 

Zoo schijnt de goudgedegen

Zon al den dag de wereld licht,

Maar waart zijn teêrstgenegen

Blik achter oogen dicht,

En in den nacht als geen hem ziet,

Ruischt naar de maan dat zilvren lied.

 

(First published in De Nieuwe Gids gedenkboek 1910, p. 32)

 

 

MY love is nought to me but golden,

I to him silver sheen!:

Whene’er he sings ‘Isolde’

His voice is shroudlike gleam.

No song I know so lunar-bright

As his projected shaft of light!

 

Those who by day may share his image

Can but extol

My bird’s gold-gleaming plumage,

To none though does his heart unfold.

In colour-faded twilight-hall

Sings but to me my nightingale...

 

How can that treasure-hoard of

Songs be kept till the evening-hour

As I poor yearning loyally store, a

Wealth of sadness held as dower?

Must then release come from my kiss

For that bright spring of tearful bliss?

 

So does the native-golden

Sun give light to all the days,

Yet its closed eyes keep hidden

Its fondest gentle gaze,

And unseen murmurs all night long

Out to the moon that silver song.



No comments: