MIDDEN
Hagelnieuw, in het midden van mijn leven,
dagen om nooit te verlaten, nooit te verliezen.
Languit leef ik, naar twee kanten leef ik -
dood en geboorte even ver van mij af?
Moederlijk kan alleen de slaap soms zijn,
warm en rond en vol geheimzinnig voedsel.
Hard en verscheurend vaker, een kast vol tangen;
honger, een verslindende honger naar adem.
Op mijn ontwakend lichaam voel ik het wegen:
verder van mijn geboorte dan van mijn dood.
HALF-WAY
Brand-new, in the midst of my life,
days never to be left, never to be lost.
I live at full stretch, I live in opposite directions –
are death and birth equidistant from me?
Only can sleep sometimes be like a mother,
warm and round and full of mysterious sustenance.
More often hard and harrowing, a chest of cutters;
hunger, a ravenous hunger for breath.
I feel it weigh on my waking body:
further from my birth than from my death.
Translated in collaboration with Albert Hagenaars
Poetic Synapses 64

No comments:
Post a Comment